![]() |
|
||
|
|
![]() |
|||||||||
|
Zoeken
|
Is een vaste inrichting op fiscaal vlak meteen ook een centrum van boekhoudkundige werkzaamheden ?
10.08.2009 - Algemeen
Het Hof van Cassatie heeft onlangs een interessant arrest geveld met betrekking tot een bijkantoor in boekhoudkundige zin (Cass. 30 april 2009).
Een Zwitserse vennootschap verhuurt in 1991 een villa die zij met het oog daarop heeft aangekocht: de huurprijs wordt bepaald op het vast bedrag van vijftien miljoen frank, die de Zwitserse vennootschap onmiddellijk int. De fiscale administratie tracht dit bedrag integraal te belasten als inkomen van het jaar 1991.
De Zwitserse vennootschap maakt aanspraak op de spreiding van de huursom die zij bij aanvang ontving voor de gehele looptijd van de huurovereenkomst (in casu 30 jaar). Het Hof van beroep verwerpt de vordering van de vennootschap wegens miskenning van de regels van het Belgisch boekhoudrecht. De vraag is of de Zwitserse vennootschap wel gehouden was de Belgische boekhoudwet na te leven. Op grond van de wet op de boekhouding en jaarrekening van ondernemingen, zijn ondernemingen naar buitenlands recht slechts onderworpen aan de bepalingen van het eerste hoofdstuk van de wet voor de in België gevestigde bijkantoren en centra van werkzaamheden. Opdat een buitenlandse vennootschap in België een bijkantoor of centrum van werkzaamheden in boekhoudkundige zin zou hebben, is vereist dat zij er regelmatig handelingen verricht die kaderen in haar maatschappelijk doel en dat zij er wordt vertegenwoordigd door iemand die de vennootschap kan binden ten opzichte van derden. Het Hof van beroep van Brussel stelde vast dat de Zwitserse vennootschap over een vaste inrichting beschikte in de zin van het Wetboek Inkomstenbelastingen, door het enkele feit dat zij eigenaar is van een onroerend goed dat in België gelegen is en dat verhuurd wordt. Het Hof heeft evenwel niet vastgesteld of de inrichting waarover de betreffende vennootschap in België beschikte, voldeed aan de voorwaarden om als bijkantoor of centrum van werkzaamheden in boekhoudkundige zin te worden beschouwd. Het Hof van beroep was niettemin van mening dat de vennootschap onderworpen was aan de bepalingen van de boekhoudwet en de verplichting had om een boekhouding te voeren voor de verrichtingen die zij in België deed, wat zij niet heeft gedaan. Bij gebreke aan het voeren van de boekhouding en bijgevolg aan de vooropgestelde boeking van de vooruitbetaalde huursom, kan de vennootschap zich volgens het Hof niet beroepen op een boekhoudkundig stuk dat zij niet heeft opgesteld om slechts belast te worden op een deel van de huursom. Het Hof besluit dat de volledige som die de Zwitserse vennootschap bij wege van vooruitbetaling als huur heeft ontvangen, moet worden beschouwd als een belastbaar inkomen van het jaar van ontvangst. Het Hof van Cassatie is het hiermee niet eens. Het stelt vast dat het Hof van Beroep in deze zaak niet heeft gecontroleerd of cumulatief was voldaan aan de criteria voor het bestaan van een bijkantoor of centrum van werkzaamheden in boekhoudkundige zin. Het Hof van beroep was inderdaad van mening dat het beschikken over een vaste inrichting op fiscaal vlak volstond opdat de bepalingen van de Belgische boekhoudwet toepasselijk zouden zijn. Dat is niet het geval. Het boekhoudrecht is in dit opzicht beperkter dan het fiscaal recht. Een buitenlandse vennootschap kan dus een vaste inrichting hebben in fiscale zin, en geen bijkantoor of centrum van werkzaamheden in het kader van het boekhoudrecht. Men kan een dergelijke vennootschap dus niet verwijten het Belgisch boekhoudrecht niet te hebben nageleefd. |
|||||||||
| Wettelijke vermeldingen | Erelonen | Links | Newsletter | samenwerking | Contact | ||||||||||
Artwhere Création de site Internet - NeoCMS Gestion de contenu CMS
| ||||||||||

ArtWhere offers you services in Content Management System, CMS, Design, Web positioning and Hosting . © ArtWhere s.a.Neo-CMS ver 1.98925 © ArtWhere s.a. |