![]() |
|
||
|
|
![]() |
|||||||||
|
Zoeken
|
Gebruik maken van buitenlandse vennootschappen : alleen de juridische werkelijkheid telt
27.04.2010 - Algemeen, Fiscaal recht
In een arrest van 15 december 2009 heeft het Hof van Beroep van Gent van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele basisprincipes in herinnering te brengen, met betrekking tot het in twijfel trekken door de fiscus van het gebruik van structuren met buitenlandse vennootschappen door Belgische belastingplichtigen.
In deze zaak hadden enkele belastingplichtigen een “holding 29” naar Luxemburgs recht in het leven geroepen, die geniet van een bijzonder gunstig fiscaal regime, om een vermogen te beheren dat hen had toebehoord. Volgens de Bijzondere Belastinginspectie was deze Luxemburgse vennootschap gesimuleerd en de werking ervan geveinsd. Volgens de administratie moest de buitenlandse structuur transparant behandeld en de Belgische aandeelhouders/stichters van de vennootschap belast worden. Voor de fiscus waren de aandeelhouders/stichters de echte begunstigden van de inkomsten die deze structuur ontving. Deze economische redenering van de administratie is verworpen door de Rechtbank van eerste aanleg van Gent, waarvan de beslissing meteen op voorbeeldige wijze werd bevestigd door het Hof van beroep van Gent. De analyse van de rechtbank, en daarna van het hof is de volgende: het volstaat niet dat de Belgische aandeelhouders/stichters, die voorheen de eigenaars waren van de activa die inkomsten opbrengen en zijn ondergebracht in de “holding 29”, de “uiteindelijk gerechtigden” zijn van de buitenlandse structuur, om het bestaan daarvan in vraag te stellen. Om dat te doen, moet de administratie aantonen dat er sprake is van simulatie, in de juridische zin van het woord. Dat komt erop neer dat moet worden bewezen dat de aandeelhouders van de buitenlandse vennootschap niet alle gevolgen hebben aanvaard van het bestaan van de afzonderlijke juridische entiteit, wat in deze zaak niet het geval was. Deze beslissing is lovenswaardig, nu zij hamert op een beginsel dat al meerdere malen door het Hof van Cassatie is bevestigd en dat de fiscus uit het oog lijkt te verliezen: in het Belgisch fiscaal recht bestaat geen enkel algemeen rechtsbeginsel op grond waarvan rekening wordt gehouden met de economische werkelijkheid wanneer deze verschilt van de juridische werkelijkheid zoals die voortvloeit uit hetgeen werkelijk is overeengekomen tussen partijen. Wanneer met andere woorden een Belgische belastingplichtige gebruik wil maken van een structuur met buitenlandse vennootschappen die de juridische begunstigden zijn van de inkomsten, is deze tegenwerpelijk aan de fiscus, die er geen abstractie van kan maken zolang hij niet kan aantonen dat de belastingplichtige niet alle gevolgen van zijn daden heeft aanvaard. Hiermee wordt eens te meer de vrije keuze van de minst belaste weg bevestigd, zoals al veertig jaar het geval is in de rechtspraak, of het de administratie schikt of niet. Olivier Neirynck |
|||||||||
| Wettelijke vermeldingen | Erelonen | Links | Newsletter | samenwerking | Contact | ||||||||||
Artwhere Création de site Internet - NeoCMS Gestion de contenu CMS
| ||||||||||

ArtWhere offers you services in Content Management System, CMS, Design, Web positioning and Hosting . © ArtWhere s.a.Neo-CMS ver 1.98925 © ArtWhere s.a. |