HomeDe AssociatieActiviteiten van het kantoorNews AgendaContact
Fiscale regularisatie (“EBA-bis”) en spontane regularisatie door middel van een “aanvullende aangifte” : verschilpunten
06.05.2010 - Algemeen, Idefisc

Op 1 april 2010 is een circulaire gepubliceerd die betrekking heeft op de eenmalige bevrijdende aangifte (EBA), de permanente fiscale regularisatie op basis van de Programmawet van 27 december 2005 (“EBA bis”) en de mogelijkheid om een aanvullende aangifte in te dienen, los van de specifieke regularisatieprocedure.

Hieronder zijn de algemene principes hernomen van de EBA bis en de spontane regularisatie. Er bestaan immers heel wat verschillen tussen beide procedures.

De fiscale regularisatie (“EBA bis”)

De artikelen 121 tot 127 van de Programmawet van 27 december 2005 (BS 30 december 2005, tweede editie) hebben een nieuwe procedure voor fiscale regularisatie in het leven geroepen, die ook wel EBA bis wordt genoemd.

Dit systeem is er gekomen om elke belastingplichtige of btw-plichtige onbeperkt in de tijd de mogelijkheid te bieden om over te gaan tot de spontane regularisatie van zijn fiscale toestand.

De regeling heeft betrekking op de ‘geregulariseerde beroepsinkomsten’, de ‘overige geregulariseerde inkomsten’ en op btw vlak, de ‘geregulariseerde btw- verrichtingen’.

De belastingplichtige geniet fiscale en strafrechtelijke immuniteit ten belope van de geregulariseerde inkomsten

De aangifte met betrekking tot de fiscale regularisatie, waarvan het modelformulier bij wet is vastgelegd, moet worden neergelegd bij de Federale Overheidsdienst Financiën, meer bepaald bij de Dienst “voorafgaande beslissingen in fiscale zaken”, “Contactpunt Regularisaties” te 1000 Brussel, Wetstraat 24.

Na ontvangst van de regularisatieaangifte brengt het Contactpunt regularisaties de aangever of zijn lasthebber in beginsel binnen de 30 dagen per brief op de hoogte van de ontvankelijkheid van de aangifte en stelt zij het bedrag van de regularisatieheffing vast.

De ambtenaren en personeelsleden die actief zijn binnen het Contactpunt Regularisaties zijn gehouden aan het beroepsgeheim voorzien in artikel 337 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992. Dat heeft tot gevolg dat de ambtenaren aan andere diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën geen informatie mogen vrijgeven die is verkregen naar aanleiding van de regularisatieaangifte, wanneer het regularisatieattest niet wordt overgemaakt aan de lokale controledienst, wat het enkel geval is wanneer het gaat om overige geregulariseerde inkomsten.

Hierdoor komen de inlichtingen die de aangever meedeelt niet in handen van de andere diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën.

Wat de regularisatieheffingen betreft, worden de ‘geregulariseerde beroepsinkomsten’ onderworpen aan het normale belastingtarief dat van toepassing is voor het belastbaar tijdperk gedurende hetwelk deze inkomsten zijn behaald of verkregen, desgevallend verhoogd met de aanvullende crisisbijdrage of de aanvullende gemeentebelasting.

De ‘overige geregulariseerde inkomsten’ worden onderworpen aan een heffing die overeenstemt met hun normaal belastingtarief (bijvoorbeeld intresten aan 15% en dividenden aan 25%), te verhogen met een boete van 10%. Het Contactpunt Regularisaties heeft echter de gewoonte aangenomen ook de aanvullende gemeentebelasting toe te passen, hoewel de wet dit niet voorziet.

De ‘geregulariseerde btw-verrichten’ worden ten slotte onderworpen aan het btw-tarief dat van toepassing is voor de geregulariseerde verrichtingen voor het jaar tijdens hetwelk de verrichtingen hebben plaatsgevonden.

Het neerleggen van een regularisatieaangifte in toepassing van deze bepalingen heeft tot gevolg dat de ‘overige geregulariseerde inkomsten’ en de ‘geregulariseerde beroepsinkomsten’ die de heffing hebben ondergaan, niet meer belast kunnen worden op grond van het WIB 1992, met inbegrip van belastingverhogingen, nalatigheidsintresten en boeten, noch met de belastingverhoging van 100% die is voorzien in de wet van 31 december 2003 met betrekking tot de eenmalige bevrijdende aangifte.

Op strafrechtelijk vlak worden de personen die zich schuldig hebben gemaakt aan inbreuken bedoeld in de artikelen 449 en 450 van het WIB 1992 of in de artikelen 73 en 73bis van het Wetboek btw, vrijgesteld van strafrechtelijke vervolging voor deze inbreuken, wanneer zij voor de datum van indiening van de aangifte niet zijn ingelicht over een lopend strafonderzoek uit hoofde van deze inbreuken en op voorwaarde dat een regularisatieaangifte is ingediend conform de voorwaarden van de wet van 2005 en de verschuldigde bedragen betaald zijn.

De regularisatie zal evenwel geen effect sorteren indien de geregulariseerde inkomsten voortkomen uit witwaspraktijken of een onderliggend misdrijf, dan wel indien de aangever voor de indiening van zijn aangifte schriftelijk is geïnformeerd over lopende onderzoeksdaden door een Belgische fiscale administratie, een instelling van sociale zekerheid of een Belgische sociale inspectie.

De spontane aangifte

Een spontane aanvullende aangifte buiten het kader van de “EBA bis” is daarenboven altijd mogelijk.

Geen enkele wettelijke bepaling staat eraan in de weg dat een aanvullende aangifte wordt neergelegd na de toegestane termijn.

In dat geval zullen echter de gewone belastingregels van toepassing zijn, met inbegrip van de toepassing van nalatigheidsintresten.
Het wordt niet langer aanvaard dat de belastingplichtige die spontaan aangifte doet van achtergehouden inkomsten hiervoor belast wordt zonder toepassing van een belastingverhoging als straf (afschaffing van nummer 444/8 van de administratieve commentaar, zie circulaire van 13 januari 2004, Ci.RH.81/561.394).

Wanneer hij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen aanvult, stelt de belastingplichtige zich bovendien niet alleen bloot aan fiscale rechtzettingen, maar ook aan administratieve sancties (met ingang van 1 januari 2005 is de belastingverhoging vastgesteld op minstens 100%) op de aangegeven inkomsten en de inkomsten die worden onthuld naar aanleiding van de bekentenis en dit voor de nog niet verjaarde periode.

De fiscale administratie geeft wel aan dat er eventueel kan worden afgezien van de toepassing van een sanctie indien het duidelijk is dat de aanvullende inkomsten die worden toegegeven wel degelijk voortkomen uit een spontane aangifte buiten het kader van de EBA die het gevolg zijn van een vergetelheid, fout, nalatigheid of onervarenheid, op voorwaarde dat een verhoging van minstens 10% wordt opgelegd voor een eerste inbreuk en de administratie meent dat de belastingplichtige te goeder trouw is.

Besluit

De spontane aangifte kan nuttig zijn voor wie de woonstaatheffing betaald heeft in het kader van de Europese Spaarrichtlijn: vreemd genoeg aanvaardt het Contactpunt Regularisaties niet dat deze heffing verrekend wordt met hetgeen verschuldigd is in het kader van de regularisatie. Deze heffing is echter wel verrekenbaar bij een spontane aangifte.

De spontane aangifte heeft het nadeel dat men het risico loopt om een belastingverhoging van 100% te ondergaan op de inkomsten waarvoor geen eenmalige bevrijdende aangifte werd ingediend toen dit mogelijk was.

Men moet zich ten slotte bewust zijn van het risico dat de belastingplichtige die overgaat tot de spontane aangifte, getroffen wordt door administratieve én strafrechtelijke sancties en dat, “indien nodig”, de “gebruikelijke informatie wordt doorgespeeld” en, desgevallend, “aangifte wordt gedaan bij het gerecht”, soms zelfs indien de belastingen reeds verjaard zijn.

Een dergelijke bepaling is er niet voor de EBA bis, zodat het voordeliger lijkt om van deze laatste procedure gebruik te maken, behalve wanneer ze niet tot de mogelijkheden behoort.

Jonathan Chazkal


Fichiers Liés