Home De AssociatieActiviteiten van het kantoorNewsAgendaContact
Artikel 355 et 356 WIB92 (oud): Het Hof van Cassatie neemt standpunt in
16.03.2010 - Algemeen, Fiscaal recht
De lezing van artikel 355 en 356 WIB92 zoals van toepassing voor de wetswijziging, heeft heel wat inkt doen vloeien.

De controverse betrof de vraag of een aanslag waarvoor een vordering was ingeleid voor de Rechtbank van eerste aanleg betreffende een aanslagjaar voorafgaand aan 1999, het voorwerp kon uitmaken van een hertaxatie op basis van artikel 355 WIB/92, dan wel van een subsidiaire aanslag op basis van artikel 356 WIB/92, wanneer geen beslissing voorlag van de Gewestelijke Directie.

Voor de geschillen met betrekking tot aanslagjaar 1999 of later was het antwoord duidelijk. De wet van 15 maart 1999 stelde uitdrukkelijk dat de beslissing waarvan sprake de beslissing van de Gewestelijk Directeur is.

Ondanks deze controverse bleek uit het merendeel van de arresten en vonnissen van de hoven en rechtbanken dat er geen hertaxatie mogelijk was indien er geen beslissing was van de Gewestelijke Directeur.

In een dergelijke hypothese kon dus geen toepassing worden gemaakt van de mogelijkheden voorzien in artikel 355 en 356 WIB/92.

Nadat een zaak door de Belgische Staat werd aanhangig gemaakt bij het Hof van Cassatie, heeft het zich over deze kwestie uitgesproken op 27 november 2009. Het verzoek van de Belgische Staat werd ingewilligd et het arrest van het Hof van Beroep van Bergen van 12 december 2007 verbroken.

Het arrest is erg duidelijk: niettegenstaande het feit dat de vernietiging het resultaat is van een rechterlijke beslissing, kan een nieuwe aanslag worden gevestigd, ongeacht of het gaat om een vonnis van een Rechtbank van eerste aanleg of een arrest van het Hof van Beroep.

Het is nu afwachten of de Hoven van Beroep die op dit punt systematisch een vaste rechtspraak hadden ontwikkeld, dit nieuwe arrest zullen volgen.

Danièle COHEN

Fichiers Liés