Enkele verduidelijkingen betreffende de belasting op de effectenrekeningen

Het doel van de wet is een belasting in te voeren op de effectenrekeningen die zowel in België als in het buitenland worden gehouden door natuurlijke personen, voor wat betreft de inwoners van het Koninkrijk en enkel in België, voor wat betreft de niet-inwoners, en waarvoor het aandeel in de totale gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten gelijk of hoger is dan 500.000 euro.

Deze belasting werd ingevoerd “met als doel een correctere fiscale politiek te voeren”, het betreft dus enkel het aandeel van de houder in één of meerdere effectenrekeningen waarvan de gemiddelde waarde gelijk of hoger is dan 500.000 euro, met uitzondering van het aandeel in de gemiddelde waarde dat gehouden wordt in het kader van een levensverzekering of een pensioenspaarplan.

Dit om te voorkomen dat de burger die een aanvullend pensioenstelsel op zijn wettelijk pensioen heeft afgesloten negatieve gevolgen ondervindt door de invoering van deze belasting.

De limiet van 500.000 euro werd vooropgesteld zodat enkel de grotere vermogens zouden belast worden. Deze limiet werd “ruim” genomen aangezien er momenteel geen vermogenskadaster bestaat op basis van dewelke men zich zou kunnen baseren om een limiet te bepalen vanaf welk een vermogen “groter” is.

De uiteenzetting van de motieven stelt dat deze limiet niet willekeurig werd bepaald, maar rekening houdt met het doel van een correcte belasting in verband met het budgettaire rendement. De belasting wordt geïnd op het totale bedrag van de gemiddelde waarde vanaf het ogenblik dat deze waarde gelijk of hoger is dan 500.000 euro.

Het principe van deze belasting is dat de aangifte en de betaling van de belasting van 0,15% wordt gegarandeerd door een Belgisch tussenpersoon voor rekening van de houder indien het aandeel dat de houder heeft in de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten op de effectenrekeningen gehouden bij deze Belgische tussenpersoon 500.000 euro of meer bedragen.

In verband met dit principe is er een optie voorzien voor de houder om zijn situatie aan te geven (wat elektronisch kan gebeuren), voor de inhouding van de belasting bij de Belgische tussenpersonen wanneer een houder meerdere effectenrekeningen heeft bij verschillende Belgische tussenpersonen en hij vermoedt dat zijn aandeel in de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten 500.000 euro of meer waard is. Het is pas als de houder niet gevraagd heeft dat de inhouding door de tussenpersoon gebeurt dat de houder zelf verantwoordelijk is voor de aangifte en de betaling van de belasting.

Op het ogenblik dat deze tekst geschreven wordt, is de wet nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en is deze dus nog niet van kracht.

We zullen ons nog herinneren dat de Raad van State bijzonder kritisch was over verschillende aspecten van het wetsontwerp voor wat betreft het gelijkheidsprincipe.

We herinneren ons ook dat, vanaf de publicatie van de wet, iedere persoon met een gerechtvaardigd belang een verzoek tot nietigverklaring kan neerleggen bij het Grondwettelijk Hof.