De DVB valideert een levensverzekeringsovereenkomst “laatst stervende”

Recent heeft de Dienst Voorafgaande Beslissingen bevestigd dat artikel 8 van het Wetboek van Successierechten niet van toepassing was op het ogenblik van het eerste overlijden in geval van levensverzekeringsovereenkomst in mede-onderschrijving “laatst stervende“.

Echtgenoten, gehuwden onder het stelsel van scheiding van goederen, inwoners van het Brussels Gewest, overwegen om een tweede levensverzekeringsovereenkomst af te sluiten van het type “laatst stervende“:

– Verzekeringsnemers: De heer en Mevrouw.

– Verzekerden : De heer en Mevrouw.

– Begunstigden in geval van leven : De heer en Mevrouw.

– Begunstigden in geval van overlijden : Bij het overlijden van de tweede verzekerde, in gelijke delen naar de drie kinderen; in geval van overlijden van één van de begunstigden, voor de overlevende begunstigden pro rata hun respectievelijk aandeel.

Het principe van deze structurering is dat het kapitaal bij overlijden pas vereffend wordt wanneer de twee verzekerden overleden zullen zijn. De bijzondere voorwaarden van de overeenkomsten bepalen in die zin dat het kapitaal in geval van overlijden wordt betaald bij het overlijden van de tweede overlevende verzekerde.

De aanvraag betrof meerdere vragen waarvan één bijzonder interessant is inzake de planning tussen echtgenoten:

De eisers hebben de bevestiging gevraagd dat het overlijden van de eerste mede-onderschrijver enkel leidt tot de omvorming van onverdeelde rechten in uitsluitende rechten. Met andere woorden, wanneer er maar één verzekeringsnemer meer overblijft, zullen de rechten door hem op uitsluitende manier uitvoerbaar zijn. Deze omvorming van onverdeelde rechten in uitsluitende rechten houdt geen overdracht in van waarden in de zin van artikel 8 W.Succ..

Bijgevolg werd aan de DVB gevraagd om te bevestigen dat geen enkel successierecht zal worden aangerekend bij het overlijden van de eerste echtgenoot.

Het kapitaal in geval van overlijden zal inderdaad pas betaald worden bij het overlijden van de tweede overlevende verzekerde, waarbij de verzekeringspolis dus pas zal ontbonden worden bij het overlijden van de tweede verzekerde.

De bedoeling van de echtgenoten bij het afsluiten van die levensverzekeringsovereenkomst was, voor elk van hen, om zich te beschermen in geval van overlijden van de andere echtgenoot, en ervoor te zorgen dat de kinderen en stiefkinderen pas bij het overlijden van de overlevende echtgenoot zouden kunnen genieten van de kapitalen van het contract. Het is pas bij het overlijden van de overlevende echtgenoot dat dit vermogen zal toekomen aan de kinderen en de stiefkinderen.

Wat betreft de eventuele toepassing van artikel 8 W.Succ., is het belangrijk om te weten of de rechten en verplichtingen die overgedragen worden aan de overlevende weldegelijk “waarden” zijn in de zin van dit artikel.

De DVB heeft op een zeer interessante manier verduidelijkt dat artikel 8 W.Succ. een fictie instelt en restrictief moet geïnterpreteerd worden en geen enkele definitie van de notie “waarde” inhoudt. Men heeft dus in principe toe dat deze notie aandeleneffecten of obligaties inhoudt. De overdracht van rechten en verplichtingen van een levensverzekeringsovereenkomst (anders gezegd, de overdracht van het houderschap van de levensverzekeringsovereenkomst) komt niet overeen met het concept van “waarde”.

De DVB stelt vast dat bij het overlijden van de eerst stervende, de overlevende bepaalde rechten krijgt, maar deze komen niet overeen met “waarden” in de zin van artikel 8, 1e W.Succ..

De DVB besluit daaruit dat de toepassing van artikel 8 W.Succ. moet uitgebreid worden voor wat betreft de overdracht van het geheel van rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de levensverzekeringsovereenkomst naar de tweede verzekerde toe.

Dit is een belangrijke beslissing want de techniek van de mede-ondertekening van een levensverzekeringsovereenkomst “laatst stervende” is een sterk opkomend en efficiënt mechanisme van vermogens- en familieplanning.

We hebben vandaag de bevestiging, voor Brussel en het Waals Gewest in ieder geval, dat geen enkel successierecht verschuldigd is bij het eerste overlijden.