Onze ethiek

Onze ethiek is in de eerste plaats gestoeld op de verdediging van onze cliënt. Het is tenslotte hij die ons in vertrouwen neemt, en we willen dat vertrouwen dan ook elk moment waard zijn.

Als advocaten moeten we uiteraard de wetten naleven, ook al vinden we die soms absurd, onrechtvaardig of zelfs misdadig.

Beroepsgeheim

Om onze cliënten goed te kunnen verdedigen, moeten we perfect hun situatie kennen. Dat is ook de bestaansreden van het beroepsgeheim. Dat beroepsgeheim is onmisbaar om ons werk te kunnen doen als advocaten, zowel bij onze consulten als bij onze verdediging voor de rechtbank.

De wet ter voorkoming van witwassen verplicht sommige personen in bepaalde gevallen om een “verklaring van vermoeden” af te leveren aan de overheid, wanneer ze vermoeden dat er witwaspraktijken in het spel zijn. De banken en andere financiële instellingen zijn daartoe verplicht.

Advocaten zijn nooit onderworpen aan dergelijke verplichtingen wanneer de informatie die ze krijgen, bestemd is om de juridische situatie van een cliënt te evalueren, om hem advies te geven of hem te verdedigen voor het gerecht.

We zijn op geen enkel moment bereid om ons beroepsgeheim prijs te geven. Vandaar dat we vóór elke andere activiteit altijd samen met de cliënt zijn juridische situatie analyseren, wat voor een advocaat trouwens logisch is.

Vertrouwelijkheid en wettelijkheid

Al wie ons raadpleegt, moet dan ook weten dat hij in die context nooit het risico loopt dat we de geheimen die hij ons toevertrouwt, zouden bekendmaken. Als echter blijkt dat wat de persoon in kwestie ons vraagt, indruist tegen de wet, weigeren we. We wijzen er dan op dat het voorstel onwettig is en dat we er niet aan willen meewerken, maar maken zijn intenties nooit bekend. In de mate van het mogelijke stellen we hem andere formules voor om zijn doelstellingen volledig of gedeeltelijk te verwezenlijken, maar wel met respect voor de wet. We houden daarbij hoe dan ook strikt vast aan ons beroepsgeheim, zij het binnen het wettelijk kader.